Op maandag 17 november, brachten twee Palestijnse jongens, Fadi en Mohammed, een bezoek aan klas 3A en 3C.
Zij waren in februari opgepakt door het Israëlische leger en gevangengezet.
Met behulp van een tolk, Lauria, en een advocaat, Khaled Quzmar, vertelden zij ons hun verhaal.
Marijke Kruyt heeft de stichting Talliq opgericht om Palestijnse jongeren die zijn opgepakt, te helpen.

Als je direkt met Fadi of Mohammed wilt mailen, kan dat via haar emailadres. Ze vinden het ook leuk als jullie foto's meesturen.

Op 19 januari 2009 zal aan alle 3e klassen de documentaire 'Promises' vertoond worden, gevolgd door een nagesprek in de klassen. Deze ontroerende film laat Israëlische en Palestijnse kinderen aan het woord over allerlei onderwerpen, van voetbal en meisjes en hun dagelijks leven als de meningen die ze hebben over elkaar. Wanneer de kinderen elkaar uiteindelijk in het echt ontmoeten, blijkt hoeveel ze gemeen hebben.

 

 

Talliq (vrijgelaten)

Maandag, het vierde uur. We komen, iets te laat, de klas binnen. Het is helemaal stil en alle ogen zijn gericht op twee Arabische jongens die ietwat schichtig om zich heen kijken. Hier is iets vreemds aan de hand. Verbaasd gingen we zitten.
De twee jongens blijken Fadi en Mohammed te heten. Ze komen uit Palestina en zijn daar onterecht opgepakt. Soldaten hebben ze meegenomen omdat zij zich verveelden. Daarbij zijn Mohammed en Fadi geslagen en vernederd. Ze zijn bij ons om hun verhaal te vertellen.

Mohammed Abu Eid is veertien jaar. Hij was buiten aan het voetballen toen er opeens een groep Israëlische militairen aan kwam rijden in een jeep. Mohammed en zijn vrienden renden weg, maar ze kregen hem toch te pakken. Hij werd in de jeep gegooid en met een geweer op zijn voorhoofd geslagen. De wond bloedde hevig, maar in plaats van hulp kreeg hij nog meer klappen. De soldaten schopten hem en bonden zijn handen en voeten vast.
Ze reden naar een politiepost en zetten hem op een stoel. De soldaten vroegen of hij met stenen naar hen had gegooid. Steeds antwoordde Mohammed dat dat niet zo was, maar ze bleven de vraag herhalen. Zo ging het ongeveer een halfuur door. Toen gaven ze hem een formulier met daarop een hebreeuwse tekst. Als hij deze brief zou ondertekenen, werd gezegd, zou Mohammed naar huis mogen. Mohammed, die geen hebreeuws kan lezen, ondertekende het formulier.
Hij werd nog niet vrijgelaten, en om een uur of elf 's avonds werd Mohammed ziek. Hij viel flauw door de diepe hoofdwond.
Hij werd naar het ziekenhuis gebracht, waar ze zijn wond verzorgden. Daarna werd hij in plaats van naar huis naar de gevangenis gebracht. Het hebreeuwse formulier bleek een bekentenis te zijn geweest. Toen ze bij de gevangenis aakwamen, was deze nog niet open. Tot zeven uur moesten ze wachten. Mohammed werd geslagen als hij in slaap dreigde te vallen, kreeg geen eten en mocht niet naar de wc.
Pas vijf muniten voor zijn eerste zaak kreeg Mohammed zijn advocaat te zien. Hij werd veroordeeld tot viereneenhalve maand gevangenisstraf in een cel van 2 bij 2 meter. Gedurende deze hele periode mocht hij zijn familie niet zien. Op 5 juni 2008 werd hij vrijgelaten.
Mohammed heeft geprobeerd een klacht in te dienen tegen het Israëlische leger. Hij werd helaas gedwongen deze in te trekken toen hij naar Nederland wilde komen.

Luce Smithuijsen en Tessel Veneboer