8 december 2009, 21.30 uur

 

De lezing en tentoonstelling W.O. 1,

 

De Eerste Wereldoorlog (met prachtig beeld en geluid), in een half uur grondig en onderhoudend toegelicht door Willem Melching, docent geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

   
   
Half zes: de voorbereidingen zijn nog in volle gang.
The boys and their toys I
 
   
Nikita aan het woord over gasmaskers en mosterdgas.
Anne van den Bergh schonk niet alleen koffie maar lichtte de bezoekers ook in over vrouwen aan het front.
   
   
 
Grote inspirator én organisator van de Ieper-excursie en tentoonstelling: Juliette Barge. Sabina vertelt over de dappere bijdrage van vrouwen aan de medische zorg voor soldaten.
   
   
Liesbeth en Sarike: Kunst uit de Eerste Wereldoorlog.
Deed Nederland niet mee aan de Eerste Wereldoorlog? Tsjiela en Meike weten er alles van.
   

The boys andt their toys II

Max, Matthijs,Gijs en Tymon met hun Duitse handgranaat en hun levensechte, op schaal nagemaakte automatische geweer.


De excursie naar Ieper

Door: Mattho Mandersloot 4B

“Achtenzestig... Tweeënvijftig... Vijfentwintig... Drieëndertig... Negentien,” werd er door de bus geroepen. Nee, het werd de leraren niet gemakkelijk gemaakt de inzittenden te tellen, maar ze kwamen toch tot de conclusie dat er nog één iemand miste. Nadat deze laatkomer was aangekomen, vertrokken we. Op weg naar Ieper. De busreis was gezellig en voor de meesten ook vooral even wakker worden, het was immers nog acht uur in de vroege morgen op zaterdag! En na, hoe ongepast ook, Risk op de iPod Touch te hebben gespeeld, kwamen we aan in Ieper. Van slaapgebrek was in het In Flanders Fields Museum al niets meer te merken. Deze eerste stop midden in Ieper was voor mij vooral leerzaam. De meesten liepen rond en probeerden overal informatie te vinden over het onderwerp waarover zij met hun groepje een stand maken voor de tentoonstelling op het Barlaeus. Ons groepje is dat aardig gelukt; we hebben veel waardevolle informatie kunnen vinden. Na het museumbezoek, het was inmiddels kwart over één, kreeg iedereen tot twee uur de vrijheid om te lunchen. Na drie kwartier van lekker eten en gezelligheid, verzamelden we bij de Menenpoort, de plek waar nog steeds iedere avond (!) om acht uur trompet wordt geblazen ter nagedachtenis aan WO I.

De poort was voor mij het eerste moment van de grote indruk die de reis naar Ieper op mij heeft gemaakt: hij was van onder, van boven, van binnen, van buiten, van links en van rechts helemaal ondergeschreven met namen van vermiste Britse soldaten. En het was echt geen klein poortje, hij had eerder wat weg van de Arc de Triomph!

   

 

Toen iedereen weer in de bus was gestapt, maakten we kennis met onze gids voor de rest van de dag: een aardige Vlaamse man, die ongelooflijk veel afwist van de Eerste Wereldoorlog: hij kende van alle gebeurtenissen de datums en de ‘cijfertjes’.

Hoewel zijn grappige accent ons soms afleidde van de dingen die hij vertelde (hij sprak altijd een zachte g uit in plaats van een h en zijn zinnen begonnen meestal met ‘u moet weten...’), heeft hij ons, zelfs tijdens de bustripjes, veel kennis over WO I bijgebracht. We stopten eerst bij een van de grootste Britste begraafplaatsen (van de 350 die er in de buurt van Ieper liggen!) en daarna bij de grootste Duitse begraafplaats. Bij de Britse begraafplaats stonden we stil bij een aantal grafstenen waar we van het nodige commentaar van onze gids werden voorzien. Daar vertelde hij ons prachtige verhalen over de linies, de bunkers en heldhaftige aanvallen, maar toch heeft de Duitste begraafplaats van de twee de meeste indruk op mij gemaakt. Het eerste wat je bij binnenkomst zag was een soort rechthoek van laten we zeggen 12 bij 20 meter.

Toen kwam het schokkende moment waarop de gids ons vertelde dat hier 25.000 soldaten in lagen! Er volgden vele ‘oh’s, ah’s en wajow’s’. Als laatste stopten we nog bij een nagemaakte loopgraaf. Door het grote inlevingsvermogen heeft ook deze ‘site’, zoals onze gids het noemde, een belangrijke plek gekregen in mijn herinnering. Er stonden namelijk nog twee echte Duitse bunkers waar we zelf in konden.

Ik kon de Duitsers bij wijze van spreken ‘zien zitten’. Ik heb nog even mogen lachen omdat er iemand voluit op zijn smoel ging en toen zijn we met modder onder de schoenen in de bus gestapt. Op weg naar Amsterdam.


   
 
   

Ieper!

Door: Luce en Tessel 4A

Zaterdagochtend heel vroeg staan wij met zijn allen voor school. Er is een verrassend grote opkomst, en met de grote groep staan we in het donker op de bus te wachten. Als die er eindelijk is is iedereen opgewonden over het uitstapje naar België. In de bus is het al meteen heel leuk. De groep is gezellig en iedereen gooit vrolijk met snoep, dat later allemaal weer opgeruimd moet worden. Er speelt een film op de drie beeldschermen waar niemand aandacht aan besteedt en de quiz, onder leiding van quizmaster Juliëtte, wordt gewonnen door Tessa en Jacinta uit 4A. Dit is natuurlijk allemaal prachtig, maar na drieënhalf uur zijn we toch wel klaar om de historisch geladen zuurstof van Ieper in te ademen. Als eerste gaan we naar het museum Flanders Fields. Dat valt bij iedereen in de smaak vanwege de nagemaakte oorlogsinstrumenten. Vooral de vergasmachines zijn populair. De beelden die in verschillende kamers worden getoond zijn indrukwekkend. Dan is het lunchtijd! Alle leerlingen verspreiden zich over het dorpje, op zoek naar de beste Belgische wafels en Vlaamse frietjes. Verscheidene kinderen klagen naderhand over misselijkheid en buikpijn, omdat hun ogen groter zijn geweest dan hun maag… Na het eten gaan we met de bus naar een Britse begraafplaats. Onder leiding van een alwetende Belgische gids vinden we onze weg tussen de graven door, af en toe een intelligente opmerking makend. De Britse begraafplaats is enorm en wit, en de gedachte aan de duizenden doden maakt het een speciale, huiveringwekkende plaats. Na de Britse bezoeken we een Duitse begraafplaats. Het eerste wat we zien is een massagraf. De gids vertelt ons dat er vijfentwintigduizend gesneuvelde soldaten in liggen. Er zijn meerdere graven, en nergens ligt er iemand alleen. Er liggen minimaal vier soldaten bij elkaar. De graven zijn willekeurig samengesteld. We kijken de gids geschokt aan.
 
   

En dan gaan we eindelijk naar de grote trekpleister van het stadje: de loopgraven. Men heeft er hoge verwachtingen van, gespannen geroezemoes klinkt uit de stoet die naar de ijzeren hekken loopt.

Maar dan… DE HEKKEN ZIJN DICHT!!!!!!!!!!! Wat nu?! “We hebben pech”, aldus de gids. Maar gelukkig is er in elk gezelschap een held.

Zaterdag is dat Jesse uit 4C. Deze bikkel springt over het hek om voor ons allen de poorten naar de geschiedenis te openen. Jesse, bedankt!

De loopgraven zelf vallen ons een beetje tegen. Natuurlijk is het idee van de oorlog indrukwekkend, en het feit dat dit soort gangen echt zijn gebruikt spannend. Maar het is klein en de gids weet ons te vertellen dat het geen originele loopgraven zijn, maar namaak. De echte strijd vond tweehonderd meter verderop plaats.

De terugreis scheidt het kaf van het koren: wie gaat er naar La Place en wie kiest voor MacDonald’s? Iedereen had ontzettende honger en het maakte uiteindelijk niemand uit. Het was een heel gezellige dag, een geslaagde en leerzame reis en de dag zal ons nog lang bijblijven!