Gymnasiale vorming

Een groot deel van wat wij onze cultuur noemen berust op grondslagen, die door de Grieken en Romeinen zijn gelegd. Het onderwijs in Grieks en Latijn richt zich op kennis en begrip van de klassieke cultuur en op het vertalen van teksten uit de oudheid. Dankzij die activiteiten komen de belangrijkste kanten van het culturele leven aan bod. Het bestuderen van de klassieke talen draagt zo ook bij tot het verdiepen van inzicht in andere vakken zoals Nederlands, geschiedenis en moderne vreemde talen. Gymnasiale vorming wordt gekenmerkt door een breed aanbod van basisstudies die een uitgebreide algemene ontwikkeling moeten waarborgen.

De vormende waarde van de klassieke talen

Kennis van Grieks en Latijn is dikwijls van direct nut bij verdere studie, maar toch is dat niet het belangrijkste aspect van de bestudering van de klassieke talen. Haar vormende waarde ligt vooral daarin dat de leerlingen in contact gebracht worden met een andere gedachtenwereld en met de samenlevingen van het oude Griekenland en het Romeinse Rijk. Daardoor leren zij tegenstellingen en overeenkomsten met onze huidige wereld zien. De Grieken stonden aan het begin van wat wij wetenschap noemen. Zij plaatsten vraagtekens bij zaken die tevoren als vanzelfsprekend waren beschouwd en trachtten eigen en andermans denkbeelden aan objectieve normen en maatstaven te toetsen. De Romeinen hebben deze manier van denken verder ontwikkeld en in praktijk gebracht. Veel van de vragen die zij in hun tijd stelden, zijn nog steeds actueel.

Niet alleen in wetenschap en wijsbegeerte vinden wij veel van de denkbeelden van de Grieken en Romeinen terug, ook in beeldende kunst en literatuur, in wetgeving en politiek is de erfenis van de 'antieken' een niet weg te denken factor. Als we ons een beeld proberen te vormen van de samenleving, krijgen we te maken met begrippen als goed en kwaad, revolutie en evolutie, normen en waarden op welk gebied ook. Die komen niet uit de lucht vallen: ze hebben hun wortels in het verleden en we komen ze tegen bij de Griekse en Romeinse geschiedkundigen, dichters, wijsgeren en toneelschrijvers. De vormende waarde van Grieks en Latijn is beslist niet alleen van belang voor leerlingen met een speciale belangstelling voor talen en filosofie. Ook voor de meer op exacte vakken gerichte leerlingen is klassieke vorming waardevol. Juist omdat zij in hun verdere studie vooral met de specialistische kennis van hun vak (bijvoorbeeld natuurkunde of medicijnen) te maken krijgen, is een zo breed mogelijke vorming vooraf zeer belangrijk.

Zelf vertalen als sleutel tot de tekst

Zelfs al staat het vertalen van Griekse en Latijnse teksten wat minder op de voorgrond dan vroeger, het vormt nog steeds de sleutel tot de inhoud van deze teksten. Grieks en Latijn zijn geen gemakkelijke talen: wie werkelijk wil begrijpen wat hij leest, moet zich wel degelijk inspannen. Maar juist door die inspanning wordt het denken gescherpt. Men leert denken in systemen van taalregels en taalconstructies die uitgebreider en vreemder aandoen dan wat men van de moderne talen gewend is. De denktraining die de leerling hierbij krijgt, komt ook elders van pas.


Praktisch nut en voordeel van klassieke talenkennis

Bij vervolgstudies zijn de klassieke talen weliswaar niet voorgeschreven, maar is een gymnasiale opleiding een grote steun. Dit geldt bijvoorbeeld voor alle talenstudies en voor de rechtswetenschappen maar ook voor de studie in de medicijnen. Bij studies als filosofie, geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie tenslotte, is de klassieke wereld niet weg te denken.

Het Barlaeus profiel

Het Barlaeusgymnasium is een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) in het hartje van Amsterdam, waar leerlingen worden opgeleid voor verdere studie én voor verdere studie én voor het leven. De school onderscheidt zich door grote aandacht voor- en deelname aan kunst en cultuur; er is een bloeiend muziek- en theaterleven.

Verscheidenheid is het belangrijkste kenmerk: in opvattingen, in ideeën en in achtergrond van leerlingen en leraren. Dat doet recht aan individuele capaciteiten van leerlingen, leraren en anderen in de school. De leerlingen kunnen in wisselwerking met de leraren hun talenten op intellectueel, sociaal en creatief gebied maximaal ontplooien.
Voorwaarden daarvoor zijn respect voor elkaar, openheid en uitwisseling van gedachten en ideeën. Het accent ligt op gelijkwaardigheid en democratisch denken, binnen het kader van de gezagsverhoudingen. Er is betrokkenheid, vrijblijvendheid wordt vermeden. De schoolstreeft naar een veilig klimaat voor iedereen.

De leerstof wordt benaderd vanuit historisch perspectief, met accent op de klassieke oudheid en de joods-christelijke traditie.

De nadruk ligt op inzicht; het onderwijs is vooral gericht op de wetenschap en -bij de talen- kennismaking met de rijkdom van de literatuur.