Taal- en rekentest (eerste klas)
Al onze leerlingen maken de eerste week van het nieuwe schooljaar een taal- en rekentoets. Zo kunnen we in een vroeg stadium vaststellen of er sprake is van dyslexie, of dat er achterstanden zijn op het gebied van rekenen, tekstbegrip, spelling en/of grammatica. Aan de hand van de uitkomst van deze test krijgt een aantal leerlingen gedurende acht weken twee uur extra Nederlands om hun - vaak kleine - beginachterstand vlot te verhelpen. Ook op gebied van dyslexie, rekenkundig inzicht en begrijpend lezen vindt zo nodig begeleiding plaats. Zo voorkomen we dat leerlingen verder in het jaar tegen grotere achterstanden oplopen

Pluslessen (eerste klas)
In de eerste klas worden 'pluslessen' gegeven aan gemotiveerde leerlingen die een specifiek probleem hebben door de overgang naar het voortgezet onderwijs. De volgende pluslessen worden gegeven: Latijn, Wiskunde, Frans, Spelling, Studievaardigheden en Handschriftbegeleiding. Het zijn extra lessen waarin een vakdocent leerlingen in kleine groepjes helpt bij hun specifieke probleem.
Duur en inhoud van e pluslessen varieert, maar over het algemeen gaat het om een programma van acht weken. Kinderen sluiten hun plusles-traject af met een toets waarin we kunnen vaststellen of het gesignaleerde probleem verholpen is.
Pluslessen studievaardigheden
Soms presteren kinderen niet goed omdat ze moeilijk overzicht kunnen krijgen van wat er van hen verwacht wordt. Om je huiswerk te kunnen maken, moet je weten wat het huiswerk is, moet je over de juiste aantekeningen beschikken en is het noodzakelijk dat de benodigde boeken op je bureau liggen en niet in je kluisje. Dat is voor niet alle leerlingen in het begin even gemakkelijk. Sommigen hebben daarbij extra ondersteuning nodig. Wij bieden pluslessen studievaardigheden aan kinderen die moeite hebben met planning, agendagebruik en het bewaren van het algehele overzicht.


Faalangstbegeleiding (vanaf de tweede klas)

Soms blijkt dat leerlingen niet in staat zijn goed te functioneren op momenten dat ze een prestatie moeten leveren. In de tweede klas vindt een screening op faalangst plaats en bovendien worden faalangstige leerlingen gesignaleerd door mentoren en vakdocenten. Er wordt een faalangstreductietraining aangeboden aan deze leerlingen in de tweede klas. Leerlingen uit andere klassen die last hebben van faalangst kunnen individuele begeleiding krijgen.

Foto: Annette van Beugen, faalangstbegeleidster

Remedial teaching en dyslexie
Het gebeurt regelmatig dat pas in het voortgezet onderwijs blijkt dat een kind dyslexie heeft. Kinderen met een hoge intelligentie zijn er vaak op de basisschool op slimme wijze in geslaagd hun handicap te verdoezelen. Sommige leerlingen die de pluslessen spelling hebben gevolgd blijken dyslectisch te zijn en hebben meer specifieke begeleiding nodig van de remedial teacher. Geteste leerlingen krijgen een 'dyslexiekaart' die recht geeft op extra tijd bij proefwerken e.d. Nuttige dyslexie-websites voor leerlingen en hun ouders vindt u hier.
Individuele Leerlingbegeleiding (alle leerjaren)
In het kader van het 'Project voor Onderpresteerders' (POP) worden leerlingen die slechte cijfers halen op school, maar wel een hoge intelligentie bezitten, individueel begeleid om daar verandering in te brengen door het stellen van doelen en het maken van afspraken. Ook de leerlingen die een "rugzakje" hebben, komen voor individuele ondersteuning in aanmerking

Soms zijn er andere redenen om kinderen een persoonlijke mentor toe te wijzen met wie zij hun vorderingen bespreken en die daar wellicht ook toezicht op houdt. Als de school het nodig vindt, kan een leerling zo'n individuele begeleider toegewezen krijgen. Dat is vrijwel altijd een docent. Deze houdt regelmatig contact met de leerling en verwijst hem of haar zonodig door naar andere vormen van begeleiding. Duur en omvang van deze vorm van begeleiding kunnen variëren.